• reisdag
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
  • 11
  • 12
  • 13
  • 14
  • 15
  • 16
  • 17
  • 18
  • 19
  • 20
  • 21
  • 22
  • 23
  • 24
  • 25
  • 26
  • 27
  • Home
  • Reisroute
  • Dierenwereld
  • Vogels
  • Contact









Dag 15, van Janjanbureh naar Farafenni.

We hebben beiden slecht geslapen. Het bed is niet meer dan een grote betonnen bak met een dun matrasje er bovenop. Keihard om op te liggen dus.
Om 8 uur lopen we naar het restaurant voor het ontbijt waar onze landgenoten al zitten te eten. Rond de tafels en het buffet springen de apen rond en als je even niet oplet stelen ze wat van de tafel. Zelfs toen ik even naar rechts keek werd er links van me wat van mijn bord af gejat. In het begin is het nieuw en leuk maar al gauw wordt het echt vervelend. Wat voor grote dierenvriend je ook bent.


Na het ontbijt pakken we de koffers in, zetten ze in de auto en rijden naar de ferry. Ilagi blijft met de auto aan de noordkant van de rivier wachten en wij maken met een kleine boot de oversteek naar de stad. Hoeveel er ook wordt omschreven in reisboekjes, het valt heel erg tegen. De overal genoemde slavenhuizen zijn gewoon allemaal nep en ook een beroemd houten huis is niet meer authentiek en een aantal jaren geleden opnieuw gebouwd. Blijft over het verblijf van de gouverneur, een oud koloniaal gebouw waar zelfs een kanon in de tuin staat.
Na een klein uurtje in deze voormalige hoofdstad van het land rondgelopen te hebben gaan we met de grote veerboot terug naar de andere kant van de rivier.


We rijden vervolgens naar Wassau waar we de beroemde stone circles bekijken. Een groot raadsel van grote stenen in circels gegroepeerd. Het fenomeen staat zelfs afgebeeld op een van de bankbiljetten van Gambia. Je moet het gezien hebben, maar dat we er nu helemaal lyrisch van worden, nee.
In de omgeving liggen meer van deze raadselachtige verschijningen en Saidou neemt ons mee naar een paar steencircels iets verderop, grotendeels overwoekert, waar volgens mij nog nooit een toerist is geweest.
Vervolgens stoppen we een paar kilometer verder nog even bij een stukje wetlands en een veld met laag struikgewas wat een ideale plek schijnt te zijn voor het spotten van de karmijnrode bijeneter. Helaas, vandaag niet.


We rijden door tot we rond twee uur voor een lunch naar een restaurant op een heuvel rijden met schijnbaar een mooi uitzicht op de Gambiarivier. Hoewel Saidou met zijn mobieltje het restaurant aan de lijn heeft en we een rondje rond de kleine heuvel rijden, vinden we de weg er naar toe niet. We besluiten om dan maar in één stuk door te rijden naar Farafenni.
Midden in het drukke chaotische stadje ligt Hotel Eddies waar we, na eindeloos wachten, eindelijk kunnen lunchen. Wat een drama hotel. De kamers zijn smerig, hebben maar 3 uurtjes electra per dag en af en toe is er zelfs geen water. Terug in Nederland komen we er achter dat je ook maar een paar uurtjes per dag stromend water hebt. De verlichting in de douche is kapot en bij vervanging laten ze het gloeilampje in duizend stukjes op de vloer kletteren. Gelukkig douchen we altijd met badslippers aan want het glas wordt maar summier opgeruimd.


Na een uurtje ontspannen stappen we weer in de auto en rijden naar de vlakbij gelegen grensovergang met Senegal. Wat een hectische drukte. Saidou vraagt aan de Senegalese douane of we even een stukje door kunnen wandelen, maar dan moeten we wel de paspoorten even achterlaten. We doen dat maar het zit ons niet lekker en 5 minuten later zijn we al weer terug nadat we stiekem een paar foto's hebben gemaakt. We rijden vervolgens via Farafenni naar een 15 km verder gelegen prachtig waterrijk gebied. Het merendeel van de vele vogels die we zien zijn watervogels uit Nederland die de wintermaanden hier doorbrengen, maar dat maakt het niet minder mooi.
Het is al bijna donker als we een paar schamel geklede nachtvissers een groot plezier kunnen doen met een paar nieuwe t-shirts. Ik zie hun reactie nog voor me.


We hebben een warme, vermoeiende en stoffige dag achter de rug, dus bij terugkomst in het hotelletje zijn we blij dat we een douche kunnen nemen. Ook al hebben we ook hier alleen maar koud water, maar dat zijn we zo langzamerhand wel gewend.
Morgen zullen we met de ferry weer de Gambiarivier oversteken. Dit schijnt zo'n chaotische en drukke toestand te zijn dat Ilagi daarom al om 6.00 uur met zijn auto bij de boot wil zijn om geen uren in de rij te moeten staan. Wij gaan dan om 9.00 uur gewoon als voetgangers met een volgende boot naar de overkant waar hij dan al met de auto staat te wachten. Na het eten pakken we dan ook onze koffers in die vast achter in de wagen gelegd worden. Ilagi zal in de auto slapen maar heeft het zo koud dat ik hem een sweater leen.
Voor ons gevoel is het laat, als we na wat gedronken te hebben om half elf onder de wol gaan.



copyright: 2015 - gambia.gradstaat.nl