Met een klein bootje de Gambiarivier over.
We rijden vervolgens naar Wassau waar we de beroemde stone circles bekijken. Een groot raadsel van grote stenen in circels gegroepeerd. Het fenomeen staat zelfs afgebeeld op een van de bankbiljetten van Gambia. Je moet het gezien hebben, maar dat we er nu helemaal lyrisch van worden, nee.
In de omgeving liggen meer van deze raadselachtige verschijningen en Saidou neemt ons mee naar een paar steencircels iets verderop, grotendeels overwoekert, waar volgens mij nog nooit een toerist is geweest.
Vervolgens stoppen we een paar kilometer verder nog even bij een stukje wetlands en een veld met laag struikgewas wat een ideale plek schijnt te zijn voor het spotten van de karmijnrode bijeneter. Helaas, vandaag niet.
De beroemde Stone Circles bij Wassau.
Dit dorpje bij de Stone Circles doet geen toeristische attraktie vermoeden.
We rijden door tot we rond twee uur voor een lunch naar een restaurant op een heuvel rijden met schijnbaar een mooi uitzicht op de Gambiarivier. Hoewel Saidou met zijn mobieltje het restaurant aan de lijn heeft en we een rondje rond de kleine heuvel rijden, vinden we de weg er naar toe niet. We besluiten om dan maar in één stuk door te rijden naar Farafenni.
Midden in het drukke chaotische stadje ligt Hotel Eddies waar we, na eindeloos wachten, eindelijk kunnen lunchen. Wat een drama hotel. De kamers zijn smerig, hebben maar 3 uurtjes electra per dag en af en toe is er zelfs geen water. Terug in Nederland komen we er achter dat je ook maar een paar uurtjes per dag stromend water hebt. De verlichting in de douche is kapot en bij vervanging laten ze het gloeilampje in duizend stukjes op de vloer kletteren. Gelukkig douchen we altijd met badslippers aan want het glas wordt maar summier opgeruimd.
De hoofdstraat van Farafenni.
Onze kamer in hotel Eddies.
Na een uurtje ontspannen stappen we weer in de auto en rijden naar de vlakbij gelegen grensovergang met Senegal. Wat een hectische drukte. Saidou vraagt aan de Senegalese douane of we even een stukje door kunnen wandelen, maar dan moeten we wel de paspoorten even achterlaten. We doen dat maar het zit ons niet lekker en 5 minuten later zijn we al weer terug nadat we stiekem een paar foto's hebben gemaakt. We rijden vervolgens via Farafenni naar een 15 km verder gelegen prachtig waterrijk gebied. Het merendeel van de vele vogels die we zien zijn watervogels uit Nederland die de wintermaanden hier doorbrengen, maar dat maakt het niet minder mooi.
Het is al bijna donker als we een paar schamel geklede nachtvissers een groot plezier kunnen doen met een paar nieuwe t-shirts. Ik zie hun reactie nog voor me.
Toch even stiekem een fotootje maken bij de Senegalese grensovergang.
Zonsondergang.
We hebben een warme, vermoeiende en stoffige dag achter de rug, dus bij terugkomst in het hotelletje zijn we blij dat we een douche kunnen nemen. Ook al hebben we ook hier alleen maar koud water, maar dat zijn we zo langzamerhand wel gewend.
Morgen zullen we met de ferry weer de Gambiarivier oversteken. Dit schijnt zo'n chaotische en drukke toestand te zijn dat Ilagi daarom al om 6.00 uur met zijn auto bij de boot wil zijn om geen uren in de rij te moeten staan. Wij gaan dan om 9.00 uur gewoon als voetgangers met een volgende boot naar de overkant waar hij dan al met de auto staat te wachten. Na het eten pakken we dan ook onze koffers in die vast achter in de wagen gelegd worden. Ilagi zal in de auto slapen maar heeft het zo koud dat ik hem een sweater leen.
Voor ons gevoel is het laat, als we na wat gedronken te hebben om half elf onder de wol gaan.