Dag 1, van Amsterdam naar Banjul en de Footsteps lodge.
Maandenlang weten we niet beter of onze vakantie begint op woensdag 17 december. Een paar weken voor vertrek krijgen we echter te horen dat we omgeboekt zijn naar een vlucht twee dagen eerder. In verband met de verminderde belangstelling voor Gambia door de ebola-crisis heeft men de woensdagvlucht laten vervallen.
Maandag 15 december is het dan zover. Om 14.30 uur zijn we op Schiphol, gebracht door Walter, onze schoonzoon die aangeboden had om ons naar de luchthaven te brengen. Ruim op tijd, want de vlucht zal pas om 17.30 uur vertrekken. We hebben stoelen met extra beenruimte gereserveerd en we zijn daar heel gelukkig mee. Dat maakt het voor ons met onze lange benen toch een stuk comfortabeler.
Om 23:45 uur zijn we in Banjul (22:45 uur plaatselijke tijd). Bij het binnenlopen van het luchthavengebouw worden we i.v.m. de ebola-crisis eerst allemaal gecontroleerd op koorts waarna we binnen 15 minuten onze koffers hebben. Toeval natuurlijk, maar even later worden zowel ikzelf als mijn koffer uitgekozen voor een extra controle. Ans laat de inhoud van mijn koffer zien en ik wordt mee genomen naar een kantoortje waar ik zowel al mijn zakken als mijn rugtas binnenstebuiten moet keren.
We worden opgehaald door Buba, de chauffeur van de Footsteps lodge die ons in zo'n uurtje naar ons eerste vakantieverblijf brengt. Jammer genoeg is het donker, dus we zien niet veel tijdens de rit. Het eerste wat wij tijdens de rit van Buba te weten krijgen over Gambia is iets over zijn naam. De naam Lamin komt veel voor en wordt vaak gegeven aan de eerstgeboren zoon. De tweede zoon krijgt vaak de naam Buba en de eerste dochter wordt in de meeste gevallen Fati genoemd.
In het donker komen we in de lodge aan en worden meteen naar ons huisje gebracht waar we ook meteen naar bed gaan. Morgenochtend krijgen we wel te zien waar we terecht gekomen zijn.