• reisdag
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
  • 11
  • 12
  • 13
  • 14
  • 15
  • 16
  • 17
  • 18
  • 19
  • 20
  • 21
  • 22
  • 23
  • 24
  • 25
  • 26
  • 27
  • Home
  • Reisroute
  • Dierenwereld
  • Vogels
  • Contact









Dag 12, van Tendaba Camp naar Dongoro Ba.

De ventilator die we gisteravond aan hebben laten staan toen we naar bed gingen is rond middernacht vanzelf gestopt op het moment dat de stroom er weer af ging. Het is dus lekker warm in de kamer als we opstaan. We hebben een vroeg ontbijt want er staat een boottochtje door de mangrove op het programma. We zitten in een bootje met 10 personen. Een 'kapitein' en een gids van de lodge, een nederlandse familie met hun gids en wij tweetjes met onze gids Saidou. Het is een gezellige groep met allemaal dezelfde interesses. Het wordt een geweldige trip. Vooral dankzij de kundigheid van de gids van de lodge zien we heel veel vogels, maar hij wijst ons bijvoorbeeld ook op een varaan die op een tak in de boom ligt te luieren. Zonder hem zouden we er zonder iets te zien zo voorbij gevaren zijn. De omgeving is prachtig en de tocht had van ons nog wel langger mogen duren als die 4 uurtjes.

naam
Plaatselijke vissers.
naam
Onze kapitein en de gids tijdens het boottochtje.

Bij terugkomst in de lodge wisselen we adressen uit met de nederlanders, leggen onze koffers in de auto en vertrekken we voor een niet al te lange rit naar Dongoro Ba, onze volgende overnachtingsplek.
Net na de middag stoppen we in Soma voor een lunch. We zitten op een klein terrasje aan de drukke doorgaande weg in dit kleine stadje en zien van alles passeren. Vrouwen met goederen op het hoofd, diverse bushtaxi's maar vooral veel ezelskarren. Je kunt zien dat we verder het binnenland in zijn gegaan. Zo langzamerhand weten we dat er heel veel kan en mag in het verkeer, maar we verbazen ons als er een lijndienstbus vlak voor ons stopt met op het dak een levende geit vastgebonden. We komen er ook achter dat bij heel veel gelegenheden dat we, bijvoorbeeld stoppen voor een lunch, onze gids zich even terugtrekt om te gaan bidden. We respecteren dat. We zijn per slot van rekening in een islamitisch land.

naam
Zelfs een levende geit gaat mee met (op) de bus.
naam
Het straatbeeld van Soma.
naam
De verkoop van een lap stof. Afmeten en afknippen gebeurt gewoon op straat.

Na de lunch lopen we een stukje verder langs de weg en kopen in een klein winkeltje een zak rijst. Terwijl we staan te wachten op Ilagi met de auto zien we een leuk tafereel op deze drukke straat. Er wordt een enkele meters lange lap stof verkocht, maar om deze af te kunnen meten en knippen wordt de rol gewoon op de stoffige en heel drukke straat uitgerold.
Niet ver van Soma komen we bij een dorpje waar we in een compound zien hoe couscous handmatig verwerkt wordt door de vrouwen en de mannen in het veld achter het dorpje de couscous oogsten. Daar moet je geen tere handen voor hebben.Vervolgens rijden we door naar Dongoro Ba, waar we zullen overnachten in de compound van de ouders van Saidou en waar hij geboren is.

Nadat we in de compound kennis hebben gemaakt met zijn familie en de zak rijst als een dankgebaar aan zijn vader hebben gegeven laat saidou zien waar we die nacht zullen slapen. In de helft van een schuurtje staat een oud gammel bed met hele oude en kapotte lakens en dekentjes. Er is maar één kussen en we vragen Saidou of hij voor ons nog een tweede exemplaar heeft. Niet veel later komt hij terug met een tweede kussen wat een kussensloop blijkt te zijn dat voor de gelegenheid even is opgevuld met kleren van zijn moeder. Dat wordt wat vannacht. Achter het schuurtje is een klein stukje terrein afgebakend van 2½ bij 2½ meter wat onze 'badkamer' blijkt te zijn. De ene hoek kunnen we als toilet gebruiken en in de andere hoek kunnen we ons wassen met een emmer water. Maar ja, vooraf wisten we dat het zoiets kon zijn.

naam
Onze 'bungalow' voor een nacht in Dongora Ba.
naam
Enkele familieleden van Saidou.
naam
Links is de hut van de moeder van Saidou en rechts de hut van zijn vader.

Precies naast onze wasplek, achter een rieten afscheiding staan twee ezels in de modder. Eén van deze ezels wordt eind van de middag voor een kar gespannen waar wij op mogen gaan zitten voor een rit naar een dorpje waar Saidou met ons naar toe wil. Schijnbaar is de ezel vandaag niet in goede doen, want na tien minuten komt een buurjongen met een andere ezel en kar en wordt er gewisseld van vervoer. De ezel krijgt regelmatig een tik met een stok op zijn kont, wat weer gevolgd wordt door een opmerking van Ans. Al gauw kijkt onze 'drijver', als hij weer een tik uit wil delen, eerst uit een ooghoek naar Ans en het slaan van het dier wordt een stuk minder. Voor de ezel is het sowieso zwaar werk, want elke keer als het pad iets omhoog loopt stappen we af en lopen we een stukje.

naam
Met gemengde gevoelens maken we gebruik van deze vorm van transport.

Na een half uurtje stoppen we in de 'middle of nowhere' en lopen we het struikgewas in waar Saidou ons een grote steen met een onduidelijk inscriptie laat zien. Wat blijkt, we staan op de grens van Gambia en Senegal en het dorpje waar we naar toe gaan ligt in het buurland. We zijn illegaal en zonder visum in Senegal. Na nog een half uurtje komen we aan bij een dorpje waar de tijd werkelijk heeft stilgestaan. Vlak buiten het dorpje, vrijwel helemaal opgetrokken van leem en riet, is een grote groep bewoners druk bezig bij een waterpomp. Het water in deze pomp ligt op 45 meter diep en een ezel moet met een lang touw de emmers omhoog trekken. De mensen in het dorpje hebben een bestaan van de pindateelt, maar de oogst is bijna voorbij dus valt daarvan weinig te zien. De stukken zeep die we meegenomen hebben worden met glunderende gezichten door de vrouwen aangenomen. Toch heb ik daar het gevoel dat wij ook een bezienswaardigheid zijn.

naam
We naderen een afgelegen dorpje in Senegal.
naam
De waterput bij ligt iets buiten het dorp.
naam
Binnen de omheining van het dorpje.

De terugtocht gaat vlot, ook omdat het begint te schemeren. Toch stoppen we onderweg nog even bij de hoogste termietenheuvel van Gambia. Het is bijna donker als we uiteindelijk weer terug zijn. Met een lampje schijnen we elkaar bij zodat we ons enigszins kunnen wassen achter het schuurtje waarna rond acht uur een zuster van Saidou verschijnt met twee grote schalen eten. Bij het licht van een zaklamp eten we met z'n allen gewoon uit de schalen. Zo wordt het altijd gedaan. Borden hebben ze niet. Je verwacht het misschien niet, maar we hebben heerlijk gegeten. Speciaal voor ons hebben ze wat extra gedaan met wat meegekookte vruchten en eet iedereen met een lepel in plaats van, zoals gebruikelijk, met de handen.
Het duurt lang voordat we in slaap vallen. Hoe avontuurlijk het ook klinkt zo'n overnachting, op dat moment ondervindt je alleen maar hitte, insecten en smerige lucht. Toch hadden we dit niet willen missen.

naam
Gezamenlijk eten.






copyright: 2015 - gambia.gradstaat.nl