• reisdag
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
  • 11
  • 12
  • 13
  • 14
  • 15
  • 16
  • 17
  • 18
  • 19
  • 20
  • 21
  • 22
  • 23
  • 24
  • 25
  • 26
  • 27
  • Home
  • Reisroute
  • Dierenwereld
  • Vogels
  • Contact









Dag 14, Van Bansang naar Janjanbureh.

Hoewel de wekker gezet moest worden kijken we toch terug op een heerlijke nacht slapen. De lodge in Bansang is self-catering. Als wij na ons gewassen te hebben naar de tuin lopen staat Saidou al een ontbijtje voor ons klaar maken. Om 9.00 uur vertrekken we naar Basse. Een paar kilometer voor de stad passeren we weer een corrupt politie checkpoint. Gelukkig kan Ilagi de agent er van overtuigen dat we in korte tijd ook weer over deze weg terugkomen en dat hij dan een paar stukken zeep kan krijgen. Anders waren we waarschijnlijk twee keer de pineut geweest.

Basse is niet veel. In ieder geval niet voor een toeristisch uitstapje. We gaan even bij de ferry over de rivier kijken, maar verder hebben we het al snel gezien. Voordat we het stadje verlaten gaat Saidou eerst langs een apotheek. Hij merkt de tekenen van een malaria aanval en hij voelt zich ook niet zo lekker. Twee keer per jaar overkomt hem dit.
Op de terugweg krijgt de politieman zijn beloofde stukken zeep en rijden we via Bansang door naar Janjanbureh. Onderweg maken we een korte stop bij een compound van een kennis van onze gids. Deze staat op het punt om te gaan trouwen en Saidou wil even gedag zeggen.


Halverwege zitten in de schaduw onder een boom een aantal jongetjes met een oudere man. We stoppen langs de kant van de weg en lopen er naar toe. We schrikken wel een beetje. Het zijn jongens die kort geleden besneden zijn en daarna twee maanden met een mentor in een dorpje wonen om alles te laten genezen en veel over de koran en het leven te leren. De besnijdenis is op traditionele en ook illegale manier gedaan en je kan aan de jongens zien dat ze pijn hebben. En dat in deze moderne tijd.
We kunnen de jongens een beetje opvrolijken door een foto te maken en deze aan hen te laten zien en we verdelen een rolletje koekjes onder hen. Heel aangrijpend.

Vervolgens rijden we door naar Janjanbureh en steken met de ferry de Gambiarivier over. Een ervaring op zich, dit kleine bootje volgepakt met mensen en hun bagage, een paar auto's, fietsen en koeien. En zo staan we een paar minuten later op de noordoever van de rivier waar we meteen doorrijden naar Kuntaur voor een boottochtje weer terug naar Janjanbureh. Voordat we daar zijn wordt onderweg nog kort gestopt bij een stukje wetlands om vogels te spotten. Alleen is het midden op de dag en zo warm dat we al gauw weer besluiten door te rijden.


In Kuntaur nemen we wat te drinken in het kleine haventje en stappen om 14.00 uur op een boot met nog twee nederlandse stellen. De tocht is geweldig, compleet met lunch en wat te drinken en het is heerlijk weer. We genieten en zien veel vogels maar ook apen, krokodillen, nijlpaarden en zelfs een paar chimpansees in de bomen. We varen vlak langs de oever en we maken beiden veel foto's. We verbazen ons dat onze reisgenoten deels liever op het dak van de boot in de zon liggen te bakken dan te genieten van de omgeving. Maar ja, dat is hun vakantie. Het is wel gezellig met hen en de door hen meegebrachte meloen en nederlandse kaas en worst zijn heel welkom.


Om 17.15 uur zijn we weer terug in Janjanbureh en legt de boot aan bij onze volgende overnachtingsplek, Janjanbureh Camp, op de noordoever van de rivier. Een leuk en vrij groot resort, waar we met ons zessen de enige gasten zijn. Er is geen electra en de verlichting komt van kaarsen en olielampjes. We eten samen met de andere nederlanders bij kaarslicht en er blijft niets anders over dan meteen daarna naar onze hut te gaan. Bij kaarslicht en zaklamp nemen we de gebruikelijke koude douche en liggen vroeg onder de wol.





copyright: 2015 - gambia.gradstaat.nl